Direct naar de inhoud

Onafhankelijke informatie over psychologie, relaties en persoonlijke ontwikkeling, met bronnen in de tekst.

Terugkerende patronen onderzoeken met schematherapie

Blijven dezelfde gevoelens, conflicten of reacties terugkomen, ook als je je voorneemt het anders te doen? Schematherapie onderzoekt zulke patronen en hoe je er stap voor stap anders mee kunt omgaan.

Door Marloes de Vries · · 3 min leestijd

Opengeslagen notitieboek, stapel boeken, mok en plant op rustige schrijftafel dichtbij lamp

Misschien merk je dat je steeds bevestiging zoekt, je terugtrekt zodra iemand dichtbij komt of streng voor jezelf bent. Schematherapie is een vorm van psychotherapie die zulke terugkerende patronen onderzoekt, vaak in samenhang met emotionele behoeften die eerder onvoldoende zijn vervuld. Dat betekent niet dat je verleden automatisch de verklaring is voor alles wat nu speelt. Je verkent samen met een therapeut welke aanpak past, hoe de behandeling eruit kan zien en hoe je de voortgang bespreekt.

Wat onderzoekt schematherapie?

Schematherapie richt zich op hardnekkige patronen in hoe je denkt, voelt en handelt. In deze therapievorm heet een diepgewortelde overtuiging over jezelf of anderen een schema. Een voorbeeld kan zijn: “ik ben niet belangrijk” of “anderen zijn niet te vertrouwen”. Een modus is de gemoedstoestand of manier van reageren die op een bepaald moment op de voorgrond staat, bijvoorbeeld je terugtrekken, pleasen of jezelf streng bekritiseren.

De behandeling kijkt ook naar emotionele basisbehoeften, zoals veilige verbondenheid, waardering en duidelijke grenzen. De Vereniging voor Schematherapie beschrijft hoe gesprekken en oefeningen kunnen helpen patronen en modi in kaart te brengen. Dit model is een manier om ervaringen te onderzoeken, geen bewijs dat een bepaalde gebeurtenis de enige oorzaak van je klachten is.

Wanneer kan deze aanpak aansluiten?

Schematherapie wordt onder meer ingezet bij persoonlijkheidsproblematiek en langdurige of terugkerende klachten. Of de aanpak aansluit, hangt niet alleen af van een label of diagnose: belangrijk is welke problemen je ervaart, wat je wilt veranderen en of je samen met een behandelaar aan die patronen wilt werken. De Vereniging voor Schematherapie noemt individuele behandeling, groepstherapie en een combinatie daarvan als mogelijke vormen.

Andere therapieën leggen andere accenten. Cognitieve gedragstherapie richt zich bijvoorbeeld vaak op de wisselwerking tussen gedachten, gevoelens en gedrag; de concrete aanpak verschilt per behandeling en hulpvraag. Bespreek met je huisarts of verwijzer welke opties beschikbaar zijn. Je kunt ook lezen over verschillende vormen van therapie om vragen voor dat gesprek voor te bereiden.

Hoe ziet een traject er doorgaans uit?

Een traject begint meestal met gesprekken om je klachten, doelen en terugkerende patronen te verkennen. De behandelaar kan vragenlijsten gebruiken of oefeningen voorstellen om duidelijker te krijgen welke situaties bepaalde reacties oproepen. Daarna maak je samen afspraken over de doelen en de manier van werken.

In de behandeling kun je situaties uit je dagelijks leven onderzoeken en oefenen met andere reacties. Schematherapeuten kunnen gesprekstechnieken combineren met ervaringsgerichte oefeningen, zoals imaginatie of rollenspel. Dat zijn oefeningen die gevoelens en situaties actief helpen verkennen; je kunt vooraf vragen wat een oefening inhoudt en bespreken als je twijfelt of iets te intens voelt.

Wat kun je vooraf met een therapeut bespreken?

Een kennismakingsgesprek is een gelegenheid om te toetsen of de aanpak en samenwerking bij je passen. Vraag bijvoorbeeld:

Vraag ook naar de opleiding en registratie van de therapeut. De Vereniging voor Schematherapie legt uit welke rol registratie en kwaliteitsbewaking binnen het vakgebied spelen. Een register kan informatie geven over de professionele achtergrond, maar vervangt niet het gesprek over jouw hulpvraag en verwachtingen.

Hoe beoordeel je of de behandeling bij je past?

Bespreek regelmatig of de doelen nog kloppen en of je merkt dat je patronen beter herkent. Vooruitgang hoeft niet te betekenen dat moeilijke gevoelens meteen verdwijnen. Je kunt samen kijken naar concrete veranderingen, zoals eerder opmerken wat je nodig hebt, grenzen aangeven of anders reageren in een terugkerende situatie.

Als de behandeling niet aansluit, bespreek dan wat je mist of waar je tegenaan loopt. Een behandelaar kan met je nagaan of de aanpak moet veranderen, of dat een andere behandeling of aanvullende hulp beter past. Bij een psychische hulpvraag kun je dit ook met je huisarts bespreken; voor informatie over de keuze tussen behandelvormen is de uitleg over therapie en passende hulp een bruikbaar vertrekpunt.

Veelgestelde vragen

Is schematherapie alleen bedoeld voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis?

Nee. De Vereniging voor Schematherapie beschrijft de inzet ervan bij persoonlijkheidsproblematiek en andere langdurige of terugkerende klachten. Of deze behandeling passend is, hangt af van je hulpvraag en beoordeling door een behandelaar. De naam van een therapievorm is op zichzelf geen diagnose.

Moet ik tijdens schematherapie over mijn jeugd praten?

Ervaringen uit eerdere levensfasen kunnen aan bod komen, omdat de behandeling onderzoekt hoe patronen en onvervulde behoeften zijn ontstaan. De therapeut kijkt ook naar hoe die patronen nu doorwerken. Je kunt vooraf bespreken waar je je zorgen over maakt en aangeven wat op dat moment haalbaar voelt.

Hoe vind ik een schematherapeut in Nederland?

Je kunt beginnen bij je huisarts, die met je kan bespreken welke hulp passend is en of verwijzing naar de ggz nodig is. Vraag een aanbieder naar de opleiding en registratie van de behandelaar, diens ervaring met jouw hulpvraag en de opzet van de behandeling. De Vereniging voor Schematherapie biedt informatie over haar register.

In de rubriek Psychologie en therapie