Doelen stellen voor persoonlijke ontwikkeling die bij je passen
Je wilt iets veranderen of leren, maar een voornemen als ‘meer zelfvertrouwen krijgen’ is lastig om naar te handelen. Door te kiezen wat voor jou belangrijk is en dat te vertalen naar kleine, concrete acties, maak je je ontwikkeling beter zichtbaar.
Door Marloes de Vries · · 6 min leestijd
Misschien wil je vaker je mening geven, beter je grenzen aangeven of tijd maken voor iets dat je belangrijk vindt. Een doel kan richting geven, maar een doel dat vooral klinkt als wat je van jezelf hoort te willen, kan juist druk opleveren. Begin daarom niet met een indrukwekkende lijst, maar met de vraag welke verandering betekenis heeft in jouw dagelijks leven.
Daarna kun je je wens aanscherpen, een passende eerste stap kiezen en afspreken wanneer je kijkt hoe het gaat. Onderzoek naar doelen en actieplannen biedt bruikbare inzichten, maar geen garantie dat een doel wordt bereikt. Je omstandigheden, beschikbare tijd en wat je onderweg leert, tellen mee.
Wat wil je in je dagelijks leven anders zien?
Een bruikbaar ontwikkeldoel begint bij een concrete situatie, niet bij een oordeel over jezelf. “Ik ben te onzeker” zegt vooral wat je niet prettig vindt; het maakt nog niet duidelijk wat je wilt oefenen. Vraag jezelf af: wanneer merk ik dit, wat zou ik dan liever doen en waarom is dat belangrijk voor mij?
Je kunt bijvoorbeeld denken aan een werkoverleg waarin je vaker iets wilt inbrengen, een gesprek waarin je een grens wilt aangeven of een avond waarop je tijd wilt besteden aan een eigen interesse. Zo wordt de verandering verbonden aan gedrag dat je kunt herkennen. Dat betekent niet dat alles maakbaar is: je kunt oefenen met wat jij doet, maar niet volledig bepalen hoe anderen reageren.
Kijk ook of het doel werkelijk van jou is. Wil je dit omdat het aansluit bij wat je belangrijk vindt, of vooral omdat iemand anders vindt dat je het zou moeten doen? Een overzicht van de bredere vraag hoe je met persoonlijke ontwikkeling begint, vind je bij een passende start maken.
Wanneer is een doel concreet genoeg?
Een doel is bruikbaar als je weet wat je wilt proberen en ongeveer kunt herkennen wanneer je ermee bezig bent. In hun overzicht van decennia aan onderzoek naar doelstellingen beschrijven Edwin Locke en Gary Latham hoe specifieke doelen en terugkoppeling samenhangen met doelgericht handelen. Hun overzicht bespreekt bevindingen uit honderden laboratorium- en praktijkstudies, maar gaat vooral over prestaties en werk. Pas de bevindingen dus niet zonder meer toe alsof ze iedere persoonlijke verandering voorspellen, zoals hun overzicht van de doelstellingstheorie uiteenzet.
Je kunt een algemeen voornemen concreter maken met vragen als: wat ga ik doen, in welke situatie, en waaraan merk ik dat ik het heb geprobeerd? “Ik wil zelfverzekerder zijn” kan bijvoorbeeld worden: “Bij het eerstvolgende teamoverleg stel ik mijn vraag voordat het onderwerp wordt afgesloten.” Dat is geen garantie op een ander gevoel of een bepaalde reactie van collega’s; het geeft je wel een handeling waarop je kunt terugkijken.
Soms gaat je doel over leren in plaats van direct presteren. Als je een nieuwe vaardigheid oefent, kan het realistischer zijn om te richten op wat je gaat uitproberen dan op een perfect resultaat. Locke en Latham wijzen er in hun overzicht op dat bij complexe of nieuwe taken een leerdoel en het ontwikkelen van een aanpak nuttiger kunnen zijn dan alleen een prestatiedoel. Je hoeft dus niet vooraf al precies te weten hoe je het eindpunt bereikt.
Hoe kies je tussen verschillende doelen?
Als je meerdere wensen hebt, vergelijk ze dan niet alleen op urgentie. Vraag ook wat de verandering je oplevert, hoeveel ruimte je ervoor hebt en of je zelf invloed hebt op de volgende stap. Een doel dat belangrijk voelt maar op dit moment weinig haalbaar is, hoeft niet weg; je kunt het kleiner maken of voorlopig parkeren.
Stel dat je wilt leren nee zeggen, vaker creatief bezig wilt zijn en een nieuwe opleiding overweegt. Je kunt per wens kort opschrijven waarom die belangrijk is, welke kleine actie erbij hoort en wat die actie vraagt aan tijd of energie. Kies vervolgens één doel om nu mee te oefenen. Dat voorkomt niet dat je onderweg van gedachten verandert, maar maakt het makkelijker om je aandacht bewust te verdelen.
Ook een boek of cursus kan bij een doel passen, maar het middel is niet hetzelfde als het doel. Bedenk eerst welke vraag je ermee wilt onderzoeken en welke concrete oefening je eruit wilt halen. Bij een ontwikkelboek kiezen kun je bijvoorbeeld letten op de inhoud, de aanpak en of die aansluit bij jouw situatie. Een boek lezen of cursus volgen bewijst op zichzelf niet dat er iets veranderd is; kijk naar wat je in de praktijk probeert.
Hoe maak je van een voornemen een actie?
Maak je doel uitvoerbaar door vooraf te bepalen wanneer, waar en hoe je een eerste stap zet. Een praktische vorm is een als-dan-plan: “Als situatie X zich voordoet, dan doe ik Y.” De onderzoekers Peter Gollwitzer en Paschal Sheeran beschrijven zulke plannen als een manier om een doel te verbinden aan een herkenbare aanleiding en een gekozen reactie. Hun overzicht bespreekt onderzoek naar uiteenlopende doelen en benadrukt dat zo’n plan voortbouwt op een doel dat je daadwerkelijk wilt nastreven, zoals te lezen is in hun publicatie over als-dan-plannen en doelbereik.
Je kunt dit toepassen zonder je hele week dicht te plannen. Bijvoorbeeld: “Als ik maandag mijn agenda open, reserveer ik twintig minuten om mijn presentatievraag voor te bereiden.” Of: “Als ik merk dat ik in het gesprek wil instemmen terwijl ik twijfel, vraag ik om bedenktijd.” Formuleer de actie zo dat je weet wat je zelf kunt doen. Als het plan afhankelijk is van anderen, bedenk dan ook wat jouw volgende stap is wanneer hun reactie anders uitvalt.
Begin klein genoeg om te kunnen proberen, maar maak de stap betekenisvol genoeg om informatie op te leveren. Als je doel is om vaker je mening te delen, kan één bijdrage in een vergadering een oefenmoment zijn. Als je doel is om meer ruimte voor een hobby te maken, kun je eerst nagaan welk moment realistisch is. Kleine stappen zijn geen bewijs dat je doel onbelangrijk is; ze helpen je ontdekken wat in je echte leven werkt.
Hoe volg je je voortgang zonder jezelf af te rekenen?
Spreek vooraf af wanneer je even stilstaat bij je doel. Dat moment hoeft geen formele beoordeling te zijn. Vraag jezelf af: wat heb ik geprobeerd, wat maakte het makkelijker of moeilijker, en wil ik hiermee doorgaan? Noteer desgewenst een korte observatie. Zo voorkom je dat je voortgang alleen afmeet aan een eindresultaat dat deels buiten je invloed ligt.
Maak onderscheid tussen een gemiste actie en een doel dat niet meer past. Bij een gemiste actie kan een kleiner plan, een ander tijdstip of een duidelijkere aanleiding helpen. Als je merkt dat de wens vooral voortkomt uit druk van buitenaf, is het zinvol opnieuw te onderzoeken waarom je eraan vasthoudt. In onderzoek naar persoonlijke doelen zijn de redenen achter een doel eveneens relevant: een studie van Richard Koestner en collega’s rapporteerde twee meta-analyses over de samenhang tussen doelen die bij iemands eigen motieven aansluiten, actieplannen en voortgang. Dat is geen individuele voorspelling, maar wel een reden om niet alleen te vragen wat je wilt bereiken, maar ook waarom, volgens het onderzoek naar persoonlijke doelen en doelvoortgang.
Verander je doel als je nieuwe informatie hebt, niet alleen omdat een week tegenzat. Je kunt bijvoorbeeld de stap aanpassen, een ander obstakel meenemen in je plan of besluiten dat het doel nu niet voorrang heeft. Als je vaker kleine veranderingen wilt verkennen, kan voorbeelden van persoonlijke groei helpen om gedrag te herkennen dat bij jouw eigen vraag past. De maatstaf is niet een foutloos traject, maar of je doel nog betekenis heeft en je volgende stap bij je omstandigheden aansluit.
Veelgestelde vragen
Hoeveel doelen kan ik tegelijk stellen?
Kies liever één doel dat nu echt aandacht verdient dan een lange lijst die om dezelfde tijd en energie vraagt. Er is geen vast aantal dat voor iedereen werkt. Kijk wat past naast je verplichtingen en maak eventueel onderscheid tussen een hoofddoel en kleine acties die eraan bijdragen. Als je merkt dat je doelen elkaar in de weg zitten, beperk dan tijdelijk je aandacht tot het belangrijkste.
Wat als ik mijn doel niet haal?
Behandel dat als informatie, niet meteen als bewijs dat je niet gemotiveerd bent. Kijk of het doel nog belangrijk voor je is, of de eerste stap duidelijk genoeg was en welke omstandigheden het lastig maakten. Je kunt de stap kleiner maken, een ander moment kiezen of het doel bijstellen. Soms ontdek je dat het doel niet meer past; stoppen of herformuleren kan dan een bewuste keuze zijn.
Moet een persoonlijk doel meetbaar zijn?
Niet elk doel is eenvoudig in cijfers uit te drukken. Je kunt wel afspreken waaraan je merkt dat je ermee bezig bent. Bij ‘beter mijn grenzen aangeven’ kan dat bijvoorbeeld zijn dat je in een concrete situatie eerst bedenkt wat je wilt zeggen en het vervolgens uitspreekt. Zo volg je gedrag of oefening, zonder te doen alsof een complexe persoonlijke verandering volledig in één getal past.
Wanneer kan coaching helpen bij mijn doelen?
Coaching kan een mogelijkheid zijn als je zelf een ontwikkelvraag hebt, maar moeite hebt om die om te zetten in keuzes en acties. Bespreek vooraf wat de coach doet, welke doelen jullie afspreken en hoe je de voortgang evalueert. Bij psychische klachten of behoefte aan behandeling is een coach niet automatisch de passende route; overleg dan met je huisarts over hulp die aansluit op je situatie.
In de rubriek Persoonlijke ontwikkeling