Direct naar de inhoud

Onafhankelijke informatie over psychologie, relaties en persoonlijke ontwikkeling, met bronnen in de tekst.

Dialectische gedragstherapie helpt je oefenen met heftige emoties

Als emoties snel oplopen, kun je achteraf moeite hebben met wat je zei of deed. Dialectische gedragstherapie combineert aandacht voor acceptatie met oefenen in ander gedrag en geeft je concrete vaardigheden voor moeilijke momenten.

Door Marloes de Vries · · 6 min leestijd

Open notitieboek op tafel naast mok, zachte ochtendlicht en vaas met takken

Misschien herken je dat een conflict, angst of teleurstelling zo intens wordt dat je impulsief reageert, jezelf terugtrekt of achteraf spijt hebt. Dialectische gedragstherapie, meestal afgekort tot DGT, is een behandelvorm waarin je zulke patronen onderzoekt en nieuwe manieren oefent om met emoties en relaties om te gaan.

De naam klinkt technisch, maar de kern is praktisch: leren erkennen wat er nu speelt én werken aan verandering. Hieronder lees je uit welke onderdelen een volledig programma kan bestaan, hoe dat verschilt van alleen een vaardigheidstraining en welke vragen je kunt stellen bij een intake.

Wat betekent ‘dialectisch’ bij DGT?

‘Dialectisch’ verwijst naar het zoeken naar een werkbare balans tussen twee kanten die op het eerste gezicht botsen. Je leert je ervaring erkennen zoals die op dit moment is, terwijl je tegelijk onderzoekt wat je anders kunt doen. Acceptatie betekent dus niet dat je schadelijk gedrag moet goedkeuren of dat verandering onmogelijk is. Het gaat om beide serieus nemen.

DGT is een vorm van gedragstherapie die zich richt op emoties, gedrag en de omstandigheden waarin die ontstaan. De Nederlandse ggz-instelling GGZ WNB beschrijft DGT als oorspronkelijk ontwikkeld voor borderlineproblematiek en inmiddels ook ingezet bij complexere problemen met hardnekkige emotionele ontregeling. De behandeling kan onder meer gaan over impulsief gedrag, zelfbeschadiging, terugtrekken of conflicten. Dat zijn voorbeelden, geen checklist waarmee je zelf een diagnose kunt stellen. Je kunt de uitleg over andere therapievormen ook vinden binnen psychologie en therapie.

Welke onderdelen heeft een volledig DGT-programma?

Een volledig programma is meer dan een reeks groepslessen. De precieze invulling verschilt per instelling, maar in de ambulante aanpak van GGZ WNB bestaat de basis uit vaardigheidstraining in een groep, individuele coaching, telefonische consultatie en teamcoaching. Tijdens individuele gesprekken bespreek je bijvoorbeeld een dagboekkaart: een hulpmiddel om gebeurtenissen, gedrag en mogelijke alternatieven in kaart te brengen. De instelling vermeldt dat de groepsbijeenkomsten wekelijks zijn en dat het behandelteam eens per twee weken over de toepassing van DGT overlegt, volgens de beschrijving van ambulante DGT door GGZ WNB.

De vaardigheidstraining behandelt doorgaans vier gebieden:

De oefeningen zijn bedoeld om vaardigheden niet alleen te bespreken, maar ook in het dagelijks leven uit te proberen. Telefooncontact kan in sommige trajecten ondersteuning bieden bij het toepassen van vaardigheden op een moeilijk moment. Volgens GGZ WNB zijn dit korte contacten, geen extra therapiesessie of vervanging daarvan. Vraag bij een intake daarom precies wanneer je contact kunt opnemen en welke hulp buiten de afgesproken tijden beschikbaar is.

Hoe verschilt een training van een volledige behandeling?

Een groep waarin je DGT-vaardigheden leert, kan nuttig zijn, maar is niet automatisch hetzelfde als het volledige behandelprogramma. Bij een volledige aanpak zijn onderdelen op elkaar afgestemd: individuele therapie helpt je persoonlijke patronen en doelen te onderzoeken, de groep biedt gelegenheid om vaardigheden te leren en te oefenen, en contact tussen sessies kan helpen om die vaardigheden toe te passen. Teamoverleg ondersteunt de behandelaars bij de uitvoering.

Een concreet Nederlands voorbeeld laat zien hoe omvangrijk zo’n ambulant programma kan zijn. De Viersprong beschrijft een traject met elke week een groepsvaardigheidstraining van 2 uur en 15 minuten en een individuele sessie van 45 minuten, gedurende 1 jaar. Voorafgaand aan deelname noemt de instelling ongeveer 6 individuele voorbereidende gesprekken. Dat zijn kenmerken van het programma dat deze instelling beschrijft, geen vaste landelijke duur of standaard voor elke aanbieder. Ook kunnen toelating en betrokkenheid van naasten per aanbod verschillen. De details staan in de folder over ambulante DGT van De Viersprong.

Een losse vaardigheidstraining kan een ander doel, een andere doelgroep en een andere opzet hebben. Het Trimbos-instituut beschrijft bijvoorbeeld een beeldend-therapeutische module van 10 wekelijkse sessies die elementen uit DGT en schemagerichte therapie gebruikt. Zo’n module is daarmee niet automatisch gelijk aan een volledig DGT-programma. Wie mogelijkheden vergelijkt, kan vragen of er individuele sessies zijn, welke vaardigheden worden behandeld en hoe de begeleiding buiten de groep is geregeld. De interventiebeschrijving van het Trimbos-instituut maakt duidelijk waarom het belangrijk is om te kijken naar de precieze opzet, in plaats van alleen naar het label DGT.

Hoe ziet oefenen in de praktijk eruit?

Je kunt een lastige gebeurtenis stap voor stap onderzoeken. Wat gebeurde er vlak ervoor? Welke gedachten, lichamelijke signalen en emoties merkte je op? Wat deed je vervolgens, en wat was het effect op korte en langere termijn? Daarna kijk je welke vaardigheid in die situatie mogelijk een alternatief had kunnen zijn. Dat betekent niet dat er altijd één juiste reactie bestaat; het doel is meer mogelijkheden te herkennen en bewust te kiezen.

Een dagboekkaart of werkblad kan daarbij helpen. Je noteert bijvoorbeeld hoe een gebeurtenis verliep en welke vaardigheden je probeerde. In een individuele sessie kun je met de behandelaar bekijken welke omstandigheden meespeelden. In de groep oefen je vaardigheden en bespreek je hoe je ze in echte situaties kunt gebruiken. De aanpak vraagt dus actieve deelname: luisteren en begrijpen zijn niet de enige onderdelen, want toepassen en terugkijken horen er ook bij.

DGT kan naast andere hulp worden ingezet, maar de afstemming hangt af van jouw situatie en het behandelplan. Vertel de behandelaar welke zorg of medicatie je al krijgt en vraag hoe betrokken behandelaren contact houden. Als je ook informatie zoekt over cognitieve gedragstherapie in de praktijk, is het nuttig om te bespreken welke doelen en onderdelen bij de aangeboden behandeling horen. De namen lijken op elkaar, maar een concreet programma is bepalend voor wat je daadwerkelijk doet.

Waar kun je op letten bij een intake?

Een intake is een gelegenheid om te onderzoeken of de aanpak en het programma bij je passen. GGZ WNB beschrijft bijvoorbeeld een indicatiegesprek waarin wordt besproken of de problemen aansluiten bij DGT en of iemand de motivatie kan opbrengen; soms gaat daar een voorbereidende fase aan vooraf. Je kunt zelf vragen stellen, zoals:

Vraag ook wat er gebeurt als je een bijeenkomst mist, als oefenen tijdelijk niet lukt of als je klachten veranderen. Een behandelplan hoort duidelijk te maken welke doelen je samen hebt afgesproken en wie je aanspreekpunt is. Je hoeft vooraf niet zeker te weten dat DGT de juiste vorm is; bespreek je twijfels met je huisarts, verwijzer of behandelaar.

Wat zegt onderzoek wel en niet over DGT?

Onderzoek gaat vaak over een specifieke groep deelnemers en een precies omschreven programma. Een gerandomiseerde studie in JAMA Psychiatry onderzocht mensen met borderlinepersoonlijkheidsstoornis en een hoog suïciderisico. De onderzoekers vergeleken drie behandelcondities: standaard-DGT, individuele DGT zonder vaardigheidstraining en vaardigheidstraining zonder individuele DGT. De auteurs waarschuwden dat de studie niet groot genoeg was om aan te tonen dat de losse onderdelen gelijkwaardig waren aan het volledige programma. De studie in JAMA Psychiatry biedt dus geen basis om te beloven dat één vorm voor iedereen werkt of dat een vaardigheidsgroep dezelfde behandeling is als volledige DGT.

Voor jou is vooral van belang wat een aanbieder precies aanbiedt, welke doelen je samen vaststelt en hoe je de aanpak kunt bespreken wanneer die niet aansluit. DGT is geen garantie op een bepaald resultaat en een beschrijving van een behandelprogramma bepaalt niet of jij een diagnose hebt. Bij vragen over passende hulp kun je beginnen bij je huisarts of verwijzer; die kan met je bespreken welke zorg in jouw situatie beschikbaar en passend is.

Veelgestelde vragen

Is dialectische gedragstherapie alleen bedoeld voor mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis?

DGT is oorspronkelijk ontwikkeld voor mensen met borderlineproblematiek. Sommige Nederlandse instellingen zetten de aanpak ook breder in bij complexe problemen met hardnekkige emotionele ontregeling. Of een specifiek programma bij jouw situatie past, wordt beoordeeld door jou en de behandelaar; deze informatie is geen diagnose.

Is een DGT-vaardigheidstraining hetzelfde als een volledige behandeling?

Niet per se. Een training kan zich vooral richten op het leren en oefenen van vaardigheden in een groep. Een volledig ambulant programma kan daarnaast individuele therapie, coaching bij toepassing tussen sessies en overleg binnen een behandelteam bevatten. Vraag daarom welke onderdelen jouw aanbod omvat en welke ondersteuning er buiten de groepsbijeenkomsten is.

Moet ik tussen de sessies door oefenen?

Oefenen in het dagelijks leven is vaak een onderdeel van DGT. In Nederlandse programma’s kunnen werkbladen of een dagboekkaart helpen om situaties en reacties bij te houden. Bespreek met je behandelaar hoeveel oefening wordt verwacht en wat haalbaar is. Het doel is vaardigheden toepassen, niet om jezelf op huiswerk af te rekenen.

Wat kan ik doen als ik tussen sessies door in crisis raak?

Maak vooraf met je behandelteam afspraken over bereikbaarheid en wat je doet als de spanning sterk oploopt. Telefonische consultatie bij DGT is bij sommige programma’s bedoeld om geleerde vaardigheden toe te passen, maar is geen vervanging van therapie of crisiszorg. Volg de afgesproken crisisroute; bij direct gevaar bel je 112.

In de rubriek Psychologie en therapie